Afmetingen voetbaldoel per leeftijd (incl. KNVB-maten)

Laatst bijgewerkt 2 augustus 2026

Je kind wil een echt doel in de tuin en jij vraagt je af hoe groot dat eigenlijk moet zijn. Of je staat met een rolmaat op het gras en probeert te bedenken of een officieel doel daar ooit in past. De afmetingen van een voetbaldoel liggen bij het volwassenenvoetbal precies vast, maar zodra je in het jeugdvoetbal of in de achtertuin komt, lopen de maten flink uiteen.

In dit artikel vind je een overzichtstabel met alle gangbare doelmaten, van kleuterdoeltje tot het grote doel van 7,32 bij 2,44 meter. Daarna lees je welke maat in het jeugdvoetbal gebruikelijk is, welke maat logisch is voor jouw tuin per leeftijd, en waarom een officieel doel thuis vrijwel nooit uit kan.

Snel antwoord

Hoe groot is een voetbaldoel?

  • Een officieel doel voor het volwassenenvoetbal is 7,32 bij 2,44 meter (732 bij 244 centimeter).
  • In het jeugdvoetbal wordt op kleinere velden vaak een pupillendoel van ongeveer 5 bij 2 meter gebruikt.
  • Voor in de tuin telt vooral de beschikbare ruimte: 1 tot 5 meter breed is gangbaar, en daar bestaat geen norm voor.

Afmetingen voetbaldoel in een overzicht

Bewaar deze tabel even op je telefoon als je gaat meten of vergelijken. De maten staan van klein naar groot.

Type doel Breedte bij hoogte Waar je dit tegenkomt
Mini of kleuterdoeltje Ongeveer 1 tot 1,5 meter breed Peuters en kleuters, kleine tuin, binnen ook bruikbaar
Tuindoel klein Ongeveer 1,5 tot 2,5 meter breed Basisschoolleeftijd, gemiddelde achtertuin
Tuindoel groot Ongeveer 3 tot 5 meter breed Oudere kinderen en tieners, ruime tuin of veldje
Pupillendoel Ongeveer 5 bij 2 meter Jeugdvoetbal op een half veld, wedstrijdjes 8 tegen 8
Groot doel (senioren) 7,32 bij 2,44 meter Voetbal 11 tegen 11, volwassenen en oudere jeugd

Alleen de onderste maat is een echte standaard. Alles daarboven in de tabel is een gangbare indeling, geen voorschrift. Hieronder lees je per categorie wat er wel en niet vastligt.


Het grote doel: 7,32 bij 2,44 meter

Het doel dat je in het stadion en op ieder groot voetbalveld ziet, meet 7,32 meter breed en 2,44 meter hoog. Die maat wordt wereldwijd aangehouden en verandert niet. In centimeters is dat 732 bij 244, en je ziet doelen daarom ook wel aangeduid als “732 x 244”. De maten worden gemeten aan de binnenkant van de palen en aan de onderkant van de lat.

Die krappe 2,44 meter hoogte lijkt op papier misschien laag, maar in het echt is het flink: een volwassene van gemiddelde lengte kan met gestrekte arm net niet bij de lat. Dat is meteen een goede toets voor thuis. Zet je zo’n doel op het gazon, dan neemt het bijna acht meter breedte in beslag, en dan heb je aan weerszijden nog geen centimeter over.


Pupillendoel: ongeveer 5 bij 2 meter

Zodra kinderen op een kleiner veld spelen, wordt er een kleiner doel gebruikt. Het formaat dat je op vrijwel elke jeugdafdeling ziet staan, is het pupillendoel van ongeveer 5 meter breed en 2 meter hoog. Deze doelen zijn meestal verrijdbaar, zodat ze na een wedstrijd van het veld af kunnen.

De verhouding klopt met de kleinere speler: een keeper van een jaar of tien kan bij zo’n doel de bovenhoeken nog verdedigen, terwijl hij bij een groot doel kansloos onder de lat door zou kijken. Dat is precies de reden dat jeugdvoetbal met aangepaste doelen speelt, en niet omdat de kinderen minder goed zouden zijn.


Welke doelmaat hoort bij welke leeftijdscategorie?

In het Nederlandse jeugdvoetbal is de gangbare opzet dat kinderen in stappen naar het volledige veld toe groeien. De jongste categorieen spelen met kleine partijtjes op een klein veld met kleine doeltjes. Daarna volgt de bekende opzet van 8 tegen 8 op een half veld met pupillendoelen, en vanaf de oudere jeugd wordt er 11 tegen 11 op een heel veld met het grote doel van 7,32 bij 2,44 meter gespeeld.

Welke categorie precies op welke veldopzet speelt, wordt door de KNVB per seizoen vastgelegd en kan wijzigen. Speelt je kind in competitieverband en wil je het exact weten, raadpleeg dan de actuele reglementen en veldindelingen van de KNVB of vraag het bij de club na. Voor een doel in de tuin maakt dat verschil overigens weinig uit: daar bepaalt je gazon de maat, niet het reglement.


Welke maat past bij jouw tuin en de leeftijd van je kind?

Voor thuis geldt een simpele regel: de tuinmaat weegt zwaarder dan de officiele maat. Een doel dat net past maar waar niemand omheen kan lopen, wordt minder gebruikt dan een kleiner doel met ruimte eromheen. Onderstaande indeling is een praktisch startpunt.

Leeftijd Logische doelmaat Waar je op let
2 tot 4 jaar Mini doeltje van ongeveer 1 meter Licht en zacht materiaal, makkelijk te verzetten, leeftijdsindicatie van de fabrikant aanhouden
5 tot 8 jaar Pop-up doel of tuindoel van 1,5 tot 2,5 meter Snel op te zetten, laag genoeg om zelf op te ruimen
9 tot 12 jaar Tuindoel van ongeveer 3 meter Steviger frame, want er wordt harder geschoten; verankering wordt belangrijk
13 jaar en ouder Doel van 3 tot 5 meter, alleen bij veel ruimte Zware constructie, vaste plek in de tuin, ondergrond die tegen slijtage kan

Meet altijd eerst je tuin op voordat je een maat kiest. Trek van de beschikbare breedte minstens een meter aan elke kant af voor uitwijkruimte, en houd voor de aanloop enkele meters vrij voor het doel. Wil je weten waar je verder op let bij de constructie, het net en de verankering, lees dan waar je op let bij het kopen van een voetbaldoel. Voor kinderen rond de basisschoolleeftijd vind je in het overzicht buitenspeelgoed voor 7 en 8 jaar ook alternatieven als de tuin echt te klein blijkt.


Diepte van het doel en ruimte achter het net

Bijna iedereen meet de breedte en de hoogte, en vergeet de derde maat: de diepte. Een doel loopt naar achteren schuin af zodat het net bol kan staan, en die uitloop heeft ruimte nodig. Bij een tuindoel is dat vaak een halve tot een hele meter, bij grotere doelen meer. Staat het doel strak tegen de schutting, dan kan het net niet uitzakken en ketst de bal er hard uit terug. Dat is niet alleen minder leuk, het is ook slechter voor de schutting.

Reken dus met drie maten: breedte, hoogte en de ruimte achter het net. Zet het doel bij voorkeur zo neer dat er achter het net nog wat vrije ruimte is, of kies een model met een strakke net-uitvoering als die ruimte er echt niet is. Kijk ook naar wat er in de schootslijn staat, want ramen, terrasmeubels en planten liggen bijna altijd verkeerd.


Waarom een officiele maat thuis zelden past

Eerlijk is eerlijk: in een gemiddelde Nederlandse achtertuin past geen doel van 7,32 meter breed. Zelfs een pupillendoel van 5 meter vraagt met uitloopruimte al gauw zeven meter vrije breedte, plus de aanloop ervoor. Daarnaast zijn de grote doelen zwaar en niet bedoeld om regelmatig te verplaatsen, en ze laten diepe sporen na op een gazon.

Dat hoeft geen probleem te zijn. Voor het oefenen van richten en schieten is de exacte breedte helemaal niet doorslaggevend; een kleiner doel maakt richten juist lastiger en dus leerzamer. Wil je toch met echte maten oefenen, dan is een veldje in de buurt praktischer dan het gazon. Houd bij ieder doel wel rekening met de veiligheid: een doel dat niet vaststaat kan kantelen, dus veranker het met de meegeleverde haringen of gewichten en spreek af dat er niet aan de lat wordt gehangen.


Veelgemaakte fouten bij het kiezen van een doelmaat

  • Alleen de doelmaat meten, niet de vrije ruimte. Tel de uitloop links, rechts en achter het net mee bij je berekening.
  • Meteen het grootste doel kopen dat past. Een doel dat de hele tuin vult, gaat vaak sneller in de schuur dan een kleiner exemplaar dat blijft staan.
  • De hoogte onderschatten. Bij een doel van 2 meter of hoger moet je kind er ook nog een net op kunnen spannen en bij de bovenhoeken kunnen.
  • Verankering overslaan. Wind en aan de lat hangen zijn de twee klassiekers waardoor een doel omgaat.
  • Vergeten dat het gras eronder lijdt. Op de vaste plek voor het doel slijt het gazon; verplaats het doel af en toe of leg er een steviger ondergrond neer.

Ga je een doel uitzoeken?

Je weet nu welke maat bij welke situatie hoort. Deze artikelen helpen je met de volgende stap:

Twijfel je tussen voetbal en een andere sport in de tuin? Een basketbalpaal vraagt minder breedte dan een doel en is daarom vaak de logischere keuze bij een smalle tuin of een oprit.


Veelgestelde vragen

Hoe groot is een officieel voetbaldoel? Een officieel doel voor het volwassenenvoetbal is 7,32 meter breed en 2,44 meter hoog, gemeten aan de binnenkant van de palen en de onderkant van de lat.

Welke doelmaat gebruikt de jeugd? Op kleinere velden wordt doorgaans een pupillendoel van ongeveer 5 bij 2 meter gebruikt. De precieze indeling per leeftijdscategorie legt de KNVB per seizoen vast, dus check de actuele reglementen als je het exact wilt weten.

Welke maat voetbaldoel is geschikt voor de tuin? Voor peuters volstaat een doeltje van ongeveer een meter, voor de basisschoolleeftijd is 1,5 tot 2,5 meter gangbaar en tieners spelen fijner met 3 meter of meer. Je tuin bepaalt de bovengrens, niet de officiele maat.

Hoeveel ruimte heb ik nodig rond een voetbaldoel? Reken op minstens een meter vrije ruimte aan beide zijkanten, wat uitloop achter het net en enkele meters aanloop ervoor. Zonder die ruimte wordt er minder gespeeld dan je denkt.

Bestaat er een norm voor tuindoelen? Nee, voor tuindoelen bestaat geen vaste maat. Fabrikanten kiezen zelf hun formaten; let op de leeftijdsindicatie en op een goede verankering. In de koopgids voor voetbaldoelen lees je waar je verder op let.

Is een pop-up doel groot genoeg? Voor jonge kinderen en voor snelle partijtjes zeker. Wordt er harder geschoten, dan komt een pop-up doel al gauw tekort in stevigheid en blijft een vast frame beter overeind.


Samenvatting

Een officieel voetbaldoel meet 7,32 bij 2,44 meter en in het jeugdvoetbal wordt op kleinere velden meestal een pupillendoel van ongeveer 5 bij 2 meter gebruikt. Voor thuis bestaat geen norm: daar bepalen de breedte van je tuin, de uitloopruimte en de leeftijd van je kind welke maat werkt. Meet eerst je ruimte op, tel de uitloop mee en kies dan pas een doel.

Bekijk de maattabel opnieuw


Lees ook